|
Bijbelstudie De Hebreeënbrief
door DS. J. MULLER
1e Bijbelstudie
Dinsdag 28 september 2010
(Een sprekende God hoofdstuk 1:1- 3)
Inleiding
Wanneer we dit Bijbelboek
lezen, valt op dat het anders is dan het begin van andere Nieuwtestamentische
brieven, namelijk het adres en de afzender ontbreken. De vraag wie deze brief
heeft geschreven blijft tot op de dag van vandaag onbeantwoord. Was het
Paulus? Nee, zeggen de Reformatoren. Luther dacht aan Apollos; anderen aan
Barnabas. Het doet er niet zo toe. Het gaat niet om de persoon die de boodschap
brengt. Het gaat om de inhoud van de boodschap. Origenes schreef een waar
woord. 'Wie de brief
geschreven heeft? God alleen weet het.'
Adres
Wie zijn de geadresseerden?
Algemeen gaat men er vanuit dat de geadresseerden, Joden -christenen zijn.
Waar zij wonen blijft een vraag. In Rome of in Jeruzalem? En wanneer is de
brief geschreven? Voor of na 70?
Oftewel voor of na de verwoesting van de tempel? Allemaal vragen die open
blijven en die niet duidelijk en eensluidend te beantwoorden zijn.
Boodschap van de brief
In hoofdstuk 13: 22
heeft de schrijver het over een "woord van vermaning". Vanuit het
Griekse grondwoord kun je zeggen dat vermanen ook vertroosten betekent. Dus
het is een vermanend troosten en een troostende vermaning. Wat is er aan de
hand?
De ontvangers dreigen af te
vallen. De schrijver wil deze twijfelende en verslappende christenen
versterken. Opdat ze in de Heere Jezus gevonden zullen worden. Sterk zullen
staan in Hem. De lezers worden vermaand om te zien op Jezus. Dit is nodig,
omdat zij in het verleden het goede nieuws van de redding door Jezus
Christus hadden gehoord. Ze hadden de tekenen gezien waardoor God de boodschap
had onderstreept (2: 3 en 4). Ze
hadden het geloof in Christus beleden (3,1).
Maar er was verandering gekomen: traagheid, verslapping was de wortel van het
verval, (zie 5: 11-14). Ze worden
vergeleken met een schip dat losgeslagen van zijn ankers alle kanten op
drijft (2: 1). De Hebreeën worden
daarom indringend vermaand om acht te geven op Gods Woord. Juist met het oog
op de naderende dag des Heeren. Volharding zal gezegend worden. Maar afval
zal gestraft worden. 'Aanmerkt daarom de Apostel en Hogepriester onzer
belijdenis: Jezus Christus'. (Hebr. 3:
1)
Belang
Wat wil de brief ons in deze
tijd leren? Wat de kern van het Evangelie is: dat Christus Gods Zoon is en
dat er verzoening is door Zijn bloed. Dat we ook persoonlijk weten door Hem
verlost te zijn en Hem kennen als onze Zaligmaker. Deze kennis geeft mijn leven
troost en zekerheid. Tot slot is het ook goed om het toekomende leven te
overdenken. We hebben hier geen blijvende stad. Al deze dingen wil de brief
ons leren
God spreekt voortijds
De inleidende verzen van dit
Bijbelboek klinken als een machtige ouverture. God spreekt!
Eerst wordt de nadruk gelegd op Gods Zelfopenbaring. Dit is het fundament en
het raamwerk van de hele brief. Vervolgens wordt de aandacht gevestigd op de
Zoon van God. Gods Zelfopenbaring: Hij openbaart Zich in het Oude en Nieuwe
Testament. Er is eenheid en verscheidenheid. In beide Testamenten openbaart
God Zichzelf. Wat de Testamenten van elkaar onderscheidt is het wanneer en
hoe van Gods spreken.
Vers 1 zegt het klip en klaar: God
heeft gesproken. Dit is één van de dingen die een mens ook vandaag aan de
dag moet weten. In een tijd waarin alles wordt gerelativeerd en niets
absoluut is, klinkt: God heeft gesproken. Wanneer God spreekt worden wij geroepen
om te horen. Om via het horen weer gehoorzaam te worden. Want de mens heeft
in het paradijs het contact met Hem verbroken, is ongehoorzaam geworden aan
God. Dat heeft diepe sporen getrokken. De mens leeft sindsdien ver van God
verwijderd. De prijs die we daarvoor betalen is enorm. Er is geen absolute
waarheid en geen absoluut gezag meer. Niets is meer zeker. De mens is zijn
levensdoel kwijt. Zijn eindbestemming is de eeuwige dood en ondergang. Maar
luister: midden in ons doodsbestaan klinkt Gods stem. Terwijl de mens de
verbinding met God verbroken heeft, horen we in Genesis 3: 'Mens waar zijt gij?'.
De levenslijn komt van boven. God zoekt contact. Het gaat van God uit. Hij is
de Eerste.
Het feit dat God spreekt, betekent dat Hij de Levende God is.
In dit eerste vers van de Hebreeënbrief horen we weer dat God Zichzelf
openbaart. Als de sprekende God is Hij de waarachtige en de betrouwbare. Zo
maakt Hij Zich bekend. De God van het Oude en Nieuwe Testament is Een en
Dezelfde God. Tegelijk zijn er, zeiden we al, onderscheidingen te maken.
'Voortijds', dus voor de komst van de Heere Jezus, sprak God veelmaal en op
velerlei wijze tot de vaderen door de profeten. Vanaf Adam, Abraham, Mozes,
tot David en de profeten. God sprak door hen. Het is allemaal echter nog
fragmentarisch, niet compleet. God heeft Zich nog niet ten volle
uitgesproken. Het vele spreken van God wordt samengevat met de woorden:
'veelmaal en op velerlei wijze'. De Heilige Geest inspireerde de profeten,
zodat ze Gods betrouwbare Woord konden doorgeven. Petrus zegt het zo: 'Dit
eerst wetende, dat geen profetie der Schrift is van eigen uitleggen; want de
profetie is voortijds niet voortgebracht door de wil des mensen, maar de
heilige mensen Gods, van de Heilige Geest gedreven zijnde, hebben ze
gesproken'. (2 Petr. 1: 20, 21).
Vanaf Genesis 3 tot aan Maleachi 4
klinkt de stem van God. Heel het voortijds ziet uit naar de volheid des tij
ds. Het ziet naar de komst
van de Zoon. Was het spreken van God in het Oude Testament fragmentarisch, het
spreken van God in Zijn Zoon is volkomen. Vandaar dat we lezen: „En heeft in
de laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon". In Christus spreekt
God Zich helemaal uit. Dit is Zijn laatste woord.
Letterlijk staat er: in het laatst van deze dagen, namelijk de dagen van het
spreken van God. Gods spreken komt nu tot een hoogtepunt. In Christus spreekt
God het hoogste en het laatste woord. Alles wat nodig is tot onze zaligheid
heeft God in Hem uitgezegd. Dat geeft gewicht en ernst aan dit spreken. De Vader
getuigt van Hem: „Deze is Mijn geliefde Zoon hoort Hem". Met als gevolg
dat wij ons niet meer kunnen verontschuldigen. We kunnen ons niet
verschuilen achter onwetendheid, want God heeft tot ons allen gesproken. Hij
maakt Zich bekend door Zijn Woord in deze hele wereld. Tot ons, dat zijn
allen die leven tot Hij weer komt. Ook vandaag spreekt Hij voluit en krachtig
door het Woord tot ons.
God spreekt in Zijn Zoon
Het is voor ons nauwelijks
voor te stellen hoe de eerste generatie christenen geloofde in de Heere
Jezus. In het bijzonder de Joden die Hem niet gekend hadden, maar die tot
geloof waren gekomen. Ze werden door hun volksgenoten uitgedaagd om hen te
overtuigen dat deze Jezus werkelijk de Christus is. Zijn kruisdood was toch
een verschrikkelijk sterven. Zo stierven misdadigers. Hoe kon een Kruiseling
nu de Zoon van God zijn? De schrijver wil de lezers in hun twijfels leren
wie Hij is. Daarom schrijft hij vervolgens heerlijke dingen van Hem.
Allereerst dat Hij gesteld is tot een Erfgenaam van alles. De gedachte van de
Erfgenaam komt uit Psalm 2. 'Ik
zal de heidenen geven tot Uw erfdeel'. De beschrijving van Jezus als
Erfgenaam van alle dingen wijst Hem aan als de Heere van hemel en aarde, ja
van het hele universum. Welk een machtige Koning is Hij. Een Koning Die alles
bezit. 'Wees getrouwd met deze Erfgenaam en ontvang alles', (puritein John Trapp). 'Hun zal
een schat aan zegeningen in Hem ten erfdeel zijn'. De tekst gaat verder:
'Door Welke Hij ook de wereld gemaakt heeft' (1b).Johannes 1:1-3 en Coloss. 1: 15-23 ondersteunen dit. De
vader heeft deze wereld door Zijn Zoon gemaakt. Daar moet u eens even bij
stil staan dat alles gemaakt is door het sprekende Woord. 'Alle dingen zijn
door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is er een geen ding gemaakt, dat
gemaakt is' (Joh 1:3).Vervolgens
lezen we dat de Zoon van God, het Afschijnsel van Zijn – Gods - heerlijkheid
is. Hij is de weerspiegeling van Gods heerlijkheid. Hij is de straal van
goddelijk licht, Die doorbreekt in onze donkere wereld.
De heerlijkheid des Heeren (Ex. 40: 34-38) heeft de schrijver
hier in gedachten. De Zoon is, lezen we verder in vers 3, 'het uitgedrukte
Beeld Zijner zelfstandigheid'. De Zoon drukt de Vader uit. Hij lijkt geheel
op de Vader. Vergelijk Coloss. 1:15,
waar de apostel zegt: 'Dewelke is het Beeld van de Onzienlijke God'. Wie de
Zoon ziet, ziet ten diepste God Zelf. „Die Mij gezien heeft die heeft de
Vader gezien" Joh. 14: 9),
zegt Jezus van Zichzelf. Niemand komt tot de Vader dan door de Zoon.
We lezen verder: 'en alle dingen draagt door het Woord Zijner kracht'. Het
machtswoord dat de Heere gesproken heeft als profeet is het zelfde woord
waarmee Hij het hele universum bewaart en regeert. Door Hem zijn hemel en
aarde gemaakt. Zijn macht is verspreid op al Zijn werken.
'Alle dingen'. Heel de schepping. Van de kleinste cel tot het grootste
zoogdier, de walvis, van de sterren tot de zon, van mijn levensadem tot
alle mensen op aarde. Hij draagt alle dingen door Zijn Woord. Hij spreekt en
het is er en Hij gebiedt en het wordt terstond. Wat een machtige
werkelijkheid. Hoe heerlijk is de Zoon en hoe machtig is Zijn Woord. Hoe is
de macht van Zijn Woord niet gebleken tijdens Zijn verblijf op aarde! Met
Zijn Woord heerste Hij over ziekte, dood, duivel en schepping.
Het slot van vers 3 vraagt, nadat
onze aandacht is gevraagd voor het werk van de Zoon in de schepping, nu de
aandacht voor het machtige werk van de Zoon in de verlossing. Eerst hoorden
we wie Christus is en nu horen we wat Christus heeft gedaan. Christus gaf
Zijn bloed eenmalig aan het kruis. Die verlossing wordt belicht vanuit het
woord reinigmaking. Christus reinigt een mens door Zijn verzoenend lijden en
sterven. Dit werk vraagt geloof. Christus heeft 'door Zichzelf' reiniging bewerkt.
Hij was Priester en Offer tegelijk. Als het Lam is Hij geslacht. Voor
zondaren als wij is het een voortdurende geloofsoefening om de zaligheid
buiten onszelf in dit Lam te zoeken en te vinden. Hij heeft het volbracht.
Hij zag Zijn strijd bekroond worden en ging ten hemel in om te zitten aan de
rechterhand van de Majesteit in de hoogste hemelen, (vers 3)
In het Oude Testament moest het priesterlijke werk steeds herhaald worden.
De priester was dag en nacht bezig. Hij was nooit klaar. Maar Christus offer
was eenmalig. 'Met één offerande heeft Hij tot in eeuwigheid volmaakt hen,
die geheiligd worden' (Hebr. 10: 14).
Zijn werk was af toen Hij uitriep: „Het is volbracht".
De schrijver wil ons doordringen van Jezus' heerlijkheid en majesteit als de
Zoon van God. En dat Hij ons gelijk werd om ons te verlossen van onze zonden.
Beide kanten van Hem kunnen we niet missen. Zonder Zijn zitten op de troon
zou de verlossing zonder gevolg, zonder kracht zijn. Zijn zitten op de troon,
zoals vers 3 aangeeft, vertelt ons
dat Zijn werk volkomen is. En het geeft Zijn heerlijkheid aan. Hij is Koning
tot in eeuwigheid. Zijn Naam moet eeuwig eer ontvangen.
Gespreksvragen:
Vraag 1.
Noem enkele redenen
waarom het belangrijk is met deze brief bezig te zijn.
Antwoord 1
Vraag 2.
Wij horen wel eens zeggen: van God weten we niets af. Wat kunnen we
daarop zeggen vanuit dit Schriftgedeelte?
Antwoord 2
Vraag 3.
God spreekt en Hij is de eerste in het spreken. Wat betekent dat voor
u?
Antwoord 3
Vraag 4.
Het is een hele verantwoording om het Woord te horen. Wat is onze
reactie op Zijn spreken? Wat vraagt het spreken van God van ons?
Antwoord 4
Vraag 5.
Hoe openbaart God Zich in het Oude en in het Nieuwe Testament? Noem
de verschillen/ overeenkomsten.
Antwoord 5
Vraag 6.
Christus draagt alle dingen door het Woord. Leg eens uit wat voor u
betekent!
Antwoord 6
Vraag 7.
Wat voegt de uitstorting van de Heilige Geest toe aan het spreken van
God?
Antwoord 7
Dit
is het eerste Bijbelstudie van dit seizoen. Wilt u meer weten over deze
Bijbelstudies of zou u ook wel willen mee praten over de vragen kom dan
gerust naar de mannenvereniging. in Sion tijd: 19.45 tot 21.45 uur
|