Meditatie van de week

ONBEPERKT

 

Dít is de mens,

veel lijkt in hem te prijzen.

Hij leert, studeert,

verruimt zijn blik,

zijn kunnen kent geen grenzen.

 

Die mens is groot,

hij klopt zich op de schouder.

Wat kan hij niet?!

Toch is hij klein,

zijn kunnen zeer beperkt.

 

Een ander mens,

soms hand en voet gebonden,

hij ligt en lacht,

spreekt niet of zacht;

zijn leven is beperkt.

 

Hoor dan die mens!

In hart en huis ontvangt God lof

met kromme zin

recht uit het hart;

wie noemt hem nog beperkt?

 

Juist deze mens

laat diepe indruk na.

Hij is spontaan,

ontvankelijk

voor Gods Woord –onbeperkt.

 

’t Is deze mens

wiens status is gewijzigd;

eerst handicap

nu nieuw begaafd,

door genade onbeperkt.

 

Mijn mede-mens,

hij houdt de lofzang gaande

met woorden soms

of schaterlach.

 

-zeg mij: wie is beperkt?

                                                                                                             

[Ervaring van een vakantieweek met mensen met beperking. (JvhG)]