Orgel van de Westerkerk

Het orgel van de Westerkerk

Het eerste orgel van de Westerkerk was een elektro-pneumatisch unitorgel (heleboel registers, afgeleid uit enkele rijen pijpen) van de fa. Spanjaard uit Amsterdam. Op de speeltafel die beneden stond, prijkten maar liefst 37 registers, maar in feite had het orgel maar zeven stemmen.

Zo’n orgel kon in deze grote ruimte op den duur nooit voldoen, vandaar dat in 1966 opdracht werd gegeven aan de fa. Koppejan uit Ederveen een nieuw pneumatisch orgel met 22 registers te bouwen. De speeltafel verdween uit de kerkruimte en werd achter de orgelkas geplaatst.

Dispositie

Manuaal I       
Prestant 8’      
Holpijp 8’        
Octaaf 4’        
Fluit 4’
Quint 2 2/3’    
Octaaf 2’        
Sesquialter 3st (disc)  
Mixtuur 4-6 st 
Trompet 8’      
Tremulant   

Manuaal II
Vioolprestant 8’
Bourdon 8’ 
Gamba 8’ 
Vox Celeste 8’ 
Prestant 4’
Open fluit 4’
Woudfluit 2’
Scherp 3-4st
Hobo 8’
Tremulant
Pedaal
Subbas 16’
Fluitbas 8’
Octaaf 4’
Fagot
Speelhulpen
normale en sub-super
koppelingen.
enkele en vaste
combinatie.