Meditatie van de week

Dorst

… mijn ziel ligt voor U als een dorstig land. (Psalm 143 : 6b)

Een dorstig land. Wat is dat? Voor het antwoord op die vraag hoeven we op dit moment niet naar andere delen van de wereld. We zien het in ons land, ook in onze omgeving. Door de aanhoudende hitte verschroeit en verdort wat op de aarde staat, de aarde zelf. Gras, planten, bloemen, struiken, zelfs grote, sterke bomen hebben er last van. We weten dat alles in handen is van God onze Schepper. Hij stuurt de seizoenen. We bidden dat Hij ook nu zal zorgen, de regen zal geven die nodig is. Voor het dorstige land en ook voor allen die er in de broodwinning van afhankelijk zijn. Al beseffen we dat we geen recht hebben op verhoring. Dat het antwoord van de Heere ook nu alleen maar een genade-antwoord kan zijn.

Dit zijn trouwens klanken die we ook horen in Psalm 143. In de tekst horen we David bidden. Hij verdient het niet dat de Heere naar hem luistert. Maar met zijn nood vanwege vijanden vlucht hij naar de Heere toe.
In gedachten of in het echt ziet hij een dorstig land voor zich. In Israël weet men ook van hitte en droogte. Dat was in de tijd van David niet anders.
Voor hem wordt het dorstige land tot een beeld. Een beeld van hoe het met hem is als hij deze woorden schrijft. Net als dat dorstige land ben ik. Zoals de aarde dorst heeft naar water en regen, zo heb ik dorst.
Waarnaar? Water, drinken? Zoals wij daar met deze temperaturen naar kunnen verlangen.
Is het heel heet als David dit schrijft? Heeft hij daarom zo’n dorst? Het zou kunnen.
Maar het gaat bij hem om een dorst die veel verder gaat, veel erger is.
David zegt: Ik spreid mijn handen naar U uit, d.w.z. ik bid, mijn ziel (ik) lig(t) voor U…
David heeft dorst naar God. Net zomin als een dorstig land water kan missen, net zomin kan Ik U missen om te kunnen (blijven) leven. U als de God van mijn leven. Die aan mijn ziel het leven geeft. En dat leven ook in stand moet houden. Anders raak ik het kwijt.
Daarom kan David niet zonder God. Daarom vraagt hij niet naar iets van Hem, maar wil hij God zelf hebben. Als ik U maar heb, dan is het goed. Dan is mijn dorst gelest.

Hebt u God ook zo nodig? En jij? Temidden van uw nood en verdriet? In jouw zorgen en vragen?
Zodat je het ook zegt: ik kan niet zonder U, Heere. U bent als drinken voor mij. U alleen kunt mijn dorst lessen.

Maar waarom zou de Heere naar David luisteren? Naar u, jou en mij? David is niet rechtvaardig voor God. Net als ook u, jij en ik dat niet zijn.
Het geheim ligt in het eerste woord van Davids gebed. In de Naam die hij noemt, HEERE. De God van de trouw en de genade. De God van het verbond.
Voor David. Ook voor u en jou en mij.
Die God Die Zijn trouw heeft beloofd en getoond door Zijn eniggeboren Zoon te zenden: Jezus Christus. Hij is ons in alles gelijk geworden. Ook als het om dorst gaat. In Zijn hele leven, maar in het bijzonder als Hij aan het kruis hangt om al onze zonden. Daar zegt Hij: Ik heb dorst. Waarom?
Om zo voor u, jou en mij (die zondaren zijn) voor God te verdienen dat Hij naar ons luistert als we tot Hem bidden. Als een dorstig land om Hem verlegen zijn. Toch, ondanks alles wat tegen ons getuigt. Dat Hij ons te drinken geeft. Wat zeg ik? Dat Hij ons drinken is. Ons leven.
Zodat wij geen dorst meer zullen hebben voor eeuwig.

Heere Jezus, U de dank en eer voor Uw liefde.

WCZ




 Meditatie
Elke week schrijft een predikant van de Hervormde Gemeente Rijssen een meditatie voor het kerkblad. Deze meditatie willen we ook graag hier op de website met u delen.

Meditatie van deze week:
Geschreven door ds. W.C. Zuijderduijn
predikant wijk 2