Kerk en Israël

Voor wie:

Voor alle leden van onze gemeente en daar buiten die willen leren van en over Israel.

Waar:

In kerkelijk centrum Sion , Johannes Vermeerstraat2 7462 BN Rijssen

Wanneer:

De 4e woensdag van de maand (behalve in december en juni-juli).

Contact:

Ds J.W. Arendshorst J.W.Arendshorst@gmail.com

Inhoud website Kerk en Israël

  1. Gesprekskring Kerk en Israël (opzet, uitgangspunten, praktische informatie).
  2. Programma 2014-2023 (bestaande werken, titels boekjes)
  3. Wat is Israël? (volk-land-staat-geloofsgemeenschap)
  4. Israël in de belijdenis van onze kerk.
  5. Synagogale Torah-lezingen (per Joods jaar).
  6. Mesiaans-belijdende Joden
  7. Knelpunten in de Joods-christelijke dialoog.
  8. Waar vind ik meer over Israël? ( Literatuur, websites, tijdschriften)
  9. Liturgie Benefietconcert zaterdag 14 oktober 2023

 

1. Gesprekskring Kerk en Israël

In onze gemeente is er sinds november 2014 met instemming van de algemene kerkenraad een Gesprekskring Kerk en Israël. In opdracht van onze kerkorde houdt die zich bezig met "de onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël, zusterkerken en Joodse instanties of organisaties wordt aangereikt. Per seizoen of deel ervan kiezen we samen een thema met een boek dat daarbij past. Er is een rooster van onderwerpen daaruit zodat ieder zich thuis kan voorbereiden. Op onze bijeenkomsten bespreken we die gedeelten, soms aan de hand van gespreksvragen.

 

2. Programma 2014-2023 en het gebruikte materiaal

  1. 2014-2015 De verhouding van kerk en Israël. H.Vreekamp, Joden en christenen; een relatie in opbouw, Zoetermeer (Boekencentrum toerusting ), 1992
  2. 2015-2016 Joodse feest en gedenkdagen. L. Evers en J. Stodel, Jodendom in de praktijk, Amsterdam (Boekerij) 2015-9e,222 p
  3. 2016-2017 De toekomst van Israël. J.de Vreugd, Het wonder van Israël, Overdenkingen bij het bestaan van de staat Israël, Heerenveen 2008 (Groen-CvI)182 p
  4. 2016-2017 Antisemitisme. H. Poot, De knecht des Heeren, de weg van God met Israël in het zicht van de kerk, Heerenveen (Barnabas-CvI) 2012, 549 p.
  5. 2017-2018 De tien woorden 1. Schalom Ben-Chorin, De Tien Woorden, Baarn (Ten Have) 1988, 144 p.
  6. 2018-2019 De Tien Woorden 2.
  7. 2018-2019 Joods-christelijke dialoog. veen (Medema) 2013, 165 p.
  8. 2019-2020 De Joodse achtergrond van het Nieuwe Testament. P.Lapide, Hij leerde in hun synagogen, een Joodse uitleg van de evangeliën, Baarn (ten Have) 1983, 96 p 9. 2020-2021 De Joodse achtergrond van het Nieuwe Testament (bekort seizoen)10. 2022-2023 Geschiedenis van de Staat Israël. Aan de hand van CIDI-katernen en Wikipedia-artikelen
  9. 2022-2023 Geschiedenis van de Staat Israël. Aan de hand van CIDI-katernen en Wikipedia-artikelen

 

3. Wat is Israel?

Er ontstaan voortdurend misverstanden als de naam “Israel” of “Joden” wordt genoemd. Wordt de huidige staat bedoeld of het bijbelse volk of de geloofsgemeenschap – of misschien een combinatie van een of meer betekenissen? We komen het in de Bijbel tegen als:

  1. Nieuwe naam van stamvader Jakob (‘hielenlichter’ wordt ‘strijder met God’’: Gen 32:28;
    35:10; 37:1-3); beide namen worden afwisselend gebruikt;
  2. Naam van het volk van de twaalf stammen die de nakomelingen zijn van de twaalf zonen van Jakob/Israel (Gen 48:20; 49:28; Ex 2:1); ook met “Jakob” aangeduid;
  3. De geloofsgemeenschap die JHWH (Jahwèh, Joods: De Eeuwige, bij ons HEERE of HERE)
    aan Zich verbond en die dat verbond beaamt (Ex 19:3-6); ook ‘minder gelovige’ Joden
    houden zich in onze tijd (deels) aan sjabbat, besnijdenis en feesten;
  4. Het land dat JHWH aan Abraham en zijn nakomelingen belooft (Gen 12:1-2,7; 13:14-17;
    15:7,18; 17:8; Joz 1:2-4; naam Israel Joz 11:16v; I Sam 4:21v; II Sam 6:1); eerder Kanaän, later door de Romeinen Palestina genoemd (naar “Filistea”) en in 1948 door de
    regering weer als naam van het land ingevoerd.
  5. Joden is het woord dat gebruikt wordt voor de Israelieten die uit de ballingschap terug-
    keren naar hun land (Neh 1:2; 2:16; 4:1v,12; 5:1,8,17; afgeleid van “Judeeër” naar de
    stam Juda, uit wie de meesten terugkeerden), hetzelfde betekent als “Israelieten” en in
    het Nieuwe Testament de gewone aanduiding voor de leden van het volk is.

    In na-bijbelse tijden kregen deze namen nog weer een eigen ontwikkeling:
  6. Jood is naar orthodox-Joodse opvatting iemand die uit een Joodse moeder is geboren en
    het geloof niet verlaten heeft; ook degene die onder begeleiding en na goedkeuring van
    orthodoxe rabbijnen tot het Joodse geloof is overgegaan.
  7. Israel werd de naam van de staat die op 14 mei 1948 is uitgeroepen met beroep op de
    “Rots van Israel” (vgl Gen 49:24 e.a.) en die volgens de wet onderdak biedt aan alle
    Joden uit de diaspora (verstrooiing).

N.B.1. Het merendeel van de nu levende Joden identificeert zich zonder voorbehoud met het bijbelse Israel – ondanks niet-Joodse ideeën dat ze er biologisch niet van afstammen.
N.B.2. Voor veel Joden zijn deze zeven betekenissen onlosmakelijk met elkaar verbonden, zeker die van volk, geloofsgemeenschap en land – ondanks de moeite die velen er mee hebben voor wie kerk en staat veel strenger gescheiden zijn.
N.B.3. Joden kennen het onderscheid van waar en niet-waar Israel, ‘vleselijk en geestelijk’ Israel, aards en hemels Jeruzalem – maar dit zijn onderscheidingen binnen het volk zelf,
geen aanduidingen voor niet-Joden die de plaats van Israel ingenomen zouden hebben.

 

4. Israel in de belijdenis van onze kerk

Sinds de nieuwe kerkorde van de Nederlandse Hervormde Kerk in 1950 heeft Israel daarin een duidelijke plaats. Israel is niet meer voorwerp van heidenzending maar partner in het gesprek, “tussen zending en oekumene”. Er kwam een Raad voor Kerk en Israel die de kerk op allerlei manieren aan de stem van Israel herinnerde. Ook de instelling van de eerste zondag van okto-ber als Israel-zondag dateert uit deze tijd.
In 1970 was onze kerk de eerste die in een rapport uitsprak dat de staat zoals die door de Joden wordt beleefd, mede tot hun identiteit en de belofte van het land hoort. In de vereniging van 2004 werd in de protestantse kerkorde ook opgenomen wat de Gereformeerde Kerken aangaande Israel beleden.

De roeping van kerk en gemeente: Kerkorde, artikel I, 1 en 7
1. De Protestantse Kerk in Nederland is overeenkomstig haar belijden
gestalte van de ene heilige apostolische en katholieke of algemene christelijke Kerk die zich,
delend in de aan Israël geschonken verwachting,
uitstrekt naar de komst van het Koninkrijk van God.
7. De kerk is geroepen gestalte te geven aan
haar onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël.
Als Christus-belijdende geloofsgemeenschap
zoekt zij het gesprek met Israël inzake het verstaan van de Heilige Schrift,
in het bijzonder betreffende de komst van het Koninkrijk van God.

Ordinantie 1: Het Belijden, Artikel 2, 1,2,3 Het gesprek met Israël

1. De kerk is geroepen in al haar geledingen het gesprek met Israël te zoeken en gestalte te geven aan de verbondenheid met het volk Israël.
2. De generale synode - daarin bijgestaan door organen van de kerk die op dit terrein werkzaam zijn - heeft hierbij in het bijzonder tot taak:
- het onderzoek van de Heilige Schrift ten aanzien van de vragen met betrekking tot Israël
te bevorderen,
- leiding te geven aan de verdieping en verbreding van het inzicht van de kerk in de weg van God met Israël
- leiding te geven aan het gesprek met Israël,
- het inzicht in en bestrijding van antisemitisme te bevorderen,
- de gemeenten toe te rusten tot de ontmoeting met Israël,
- de aandacht voor de plaats van joodse leden van de kerk te bevorderen,
- de arbeid ten behoeve van Israël in de verschillende geledingen van de kerk te coördineren.
3. De arbeid met en ten behoeve van Israël wordt zoveel mogelijk verricht in samenwerking
met organen van andere kerken die in deze arbeid werkzaam zijn.

Uitspraken en voorlichting van de synode over Kerk en Israel

Fundamenten en Perspectieven van belijden, Proeve van beschrijving, 's-Gravenhage 1949
– artikel 3 “De verkiezing van Israel”
– artikel 17 “Heden en toekomst van Israel”
Israël en de Kerk, Een studie, in opdracht van de Generale Synode der Ned. Hervormde Kerk, samengesteld door de Raad voor de verhouding van Kerk en Israel, 's-Gravenhage 1959, 65 p
Zie over dit rapport: H. Vreekamp, Israel en de Kerk, Verkenning en bezinning rond een hervormde studie uit 1959, Kampen 1987, 45 p (Verkenning en Bezinning XXI/2)
Israël, volk, land en staat, handreiking voor een theologische bezinning, 's-Gravenhage 1970,
37 p [“niet als een eindpunt, maar als een uitgangspunt van bezinning”, p 5]
Zie over dit rapport: M. van Campen en G.C. den Hertog, red, Israël, volk, land en staat,
Terugblik en perspectief, Zoetermeer 2005, 247 p (Centrum voor Israëlstudies, dl 1)
Het Israëlisch-Palestijns conflict in de context van de Arabische wereld van het Midden-Oosten, bijdrage tot de meningsvorming in de Protestantse Kerk in Nederland, Zoetermeer 2008
Zie over deze vragen ook: A. Plaisier en K. Spronk, red, Meervoudig verbonden, Nieuwe perspectieven op vragen rond kerk, Israël en Palestijnen, Zoetermeer 2012, 144 p
Kerk & Israël Onderweg, driemaandelijks tijdschrift (mrt-jun-sep-dec) uitgegeven door de PKN,
met bijbels-theologische bijdragen, nieuws over aktiviteiten in het land en publikaties,
bijdragen van Joodse en christelijke schrijvers, al dan niet rondom een jaarthema; een of
twee keer per jaar een katern InZicht over een speciaal onderwerp

 

5. Meelezen met de synagoge

In de synagoge wordt elk jaar de hele Torah (Genesis t/m Deuteronomium) gelezen. Voor elke sjabbat is er een vastgestelde lezing (parasjah), die in zijn geheel wordt voorgelezen. Men begint en eindigt op de feestdag Simchat Torah (Vreugde der Wet), die meteen op het Loofhuttenfeest volgt, meestal in oktober. Het rooster wordt in diverse publikaties vermeld zodat we kunnen meelezen met Israel.

SYNAGOGALE TORAH-LEZINGEN IN HET JAAR 5783 (2022-23)
Joodse kal. datum Torah-lezing met beginwoord Gedenkdag Inhoud lezing
01 Tisjri 26 sep --- Gen 21-22 ea Roosj haSjanah 5783 Nieuwjaar
06 Tisjri 01 okt Wajelech Deut 31 Mozes’ overdracht aan Jozua
10 Tisjri 05 okt --- Lev 16; 18 ea Jom Kippoer Grote Verzoendag
13 Tisjri 08 okt Ha’azinoe Deut 32 Lied van Mozes
15 Tisjri 10 okt --- Prediker; Lev 22-23 Soekoot 1e dag Loofhuttenfeest
20 Tisjri 15 okt --- Ex 33-34 sjabbat tijdens Soekoot
22 Tisjri 17 okt --- Deut 14,22—16,17 Slotfeest Soekoot
23 Tisjri 18 okt --- [Wezoot] Deut 33-34; Gen 1 Simchat Torah Vreugde der Wet
27 Tisjri 22 okt Bereesjiet Genesis 1—5 Schepping en eerste mensen
04 Chesjwan 29 okt Noach Gen 6—11 Zondvloed, verbond met Noach
11 Chesjwan 05 nov Lech lecha Gen 12—17 Gods verbond met Abram
18 Chesjwan 12 nov Wajeera Gen 18—22 Abraham, Lot en Isaak
25 Chesjwan 19 nov Chajee Sara Gen 23—25,18 Sara, Isaak en Rebekka
02 Kislew 26 nov Toledoot Gen 25,19—28,9 Esau en Jakob
09 Kislew 03 dec Wajeetsee Gen 28,10—32,3 Jakob in ballingschap
16 Kislew 10 dec Wajisjlach Gen 32—36 Jakob terug bij Esau
23 Kislew 17 dec Wajeesjev Gen 37—40 Jozef naar Egypte
25 Kislew 19 dec --- Num 7,1-17 Chanoeka Herinwijding Tempel
30 Kislew 24 dec Miqeets Gen 41—44,17 Jozef en zijn broers in Egypte
07 Tewet 31 dec Wajigasj Gen 44,18—47,27 Jakob naar Egypte
14 Tewet 07 jan Wajechi Gen 47,28—50,26 Jakobs laatste woorden en dood
21 Tewet 14 jan Sjemoot Exodus 1—6 Mozes’ geboorte en roeping
28 Tewet 21 jan Wa’eera Ex 6—9 Zeven plagen over Egypte
06 Sjewat 28 jan Bo Ex 10—13,16 Laatste plagen en Pesach
13 Sjewat 04 feb Besjalach Ex 13,17—17,16 Door de Schelfzee; manna
20 Sjewat 11 feb Jitro Ex 18—20 Jetro; verbond van Sinai
27 Sjewat 18 feb Misjpat, Sjek Ex 21—24 *(dubbel) Hoe te leven met de naaste
04 Adar 25 feb Teroema Ex 25—27,19 Tabernakel met toebehoren
11 Adar 04 mrt Tetsawee Ex 27,20—30,10 Priesters en offers
14 Adar 07 mrt --- Esther; Ex 17,8-16 Poeriem Lotenfeest
18 Adar 11 mrt Kie Tissa, Pa Ex 30,11—34,35* Gouden kalf en nieuwe tafels
25 Adar 18 mrt Wajaqheel-P. Ex 35—40* Gereedmaken tabernakel
03 Niesan 25 mrt Wajiqra Leviticus 1—5 Vijf soorten offers
10 Niesan 01 apr Tsav Lv 6—8 Regels voor de offers
15 Niesan 06 apr --- Hooglied Pesach 1e dag Paasfeest
17 Niesan 08 apr --- Ex 12 ea sjabbat tijdens Pesach
21 Niesan 12 apr --- Dt 15-16 Pesach 7e dag
24 Niesan 15 apr Sjemini Lev 9—11 Priesters in hun ambt
01 Ijar 22 apr Tazria-Mets. Lev 12—15* Reiniging en melaatsheid
08 Ijar 29 apr Achar.Mot-Q Lev 16—20* Verzoendag, heiligingswetten
15 Ijar 06 mei Emor Lev 21—24 Heiliging, feesten
22 Ijar 13 mei Behar-Bech. Lev 25—27* Sjabbats- en jubeljaar; geloften
29 Ijar 20 mei Bemidbar Numeri 1—4 Israel geteld en gelegerd
6-7 Siewan 26-27 mei --- Ruth; Ex 19-20 Sjawoeoot Wekenfeest
14 Siewan 03 jun Naso Num 4—7 Priestertaken; nazireeërs
21 Siewan 10 jun Beha’alotecha Num 8—12 Pesachviering en vertrek Sinai
28 Siewan 17 jun Sjelach Lecha Num 13—15 Verkenning van Kanaän
05 Tammoez 24 jun Korach Num 16—18 Gezag Mozes en Aaron betwist
12 Tammoez 01 jul Choekat, Bal. Num 19—24* Dood Mirjam en Aaron; Bileam
19 Tammoez 08 jul Pinchas Num 25—30 Telling; Jozua; (feest)offers
26 Tammoez 15 jul Matot-Masee Num 30—36* Midjan; verdeling van Kanaän
04 Aw 22 jul Devariem Deuteronom. 1—3 Mozes’ terugblik op de reis
09 Aw 27 jul --- Klaagliederen; Dt 4 Tisja beAw VerwoestingTempels
11 Aw 29 jul Wa-etchanan Deut 3,23—7,11 Trouw zijn aan JHWHs geboden
18 Aw 05 aug Eeqev Deut 7,12—11,25 Dankbaar leven in Kanaän
25 Aw 12 aug Re’ee Deut 11,26—16,17 Eén plaats, geen afgoderij
02 Elloel 19 aug Sjofetiem Deut 16,18—21,9 Rechtspraak, profetie,vrijsteden
09 Elloel 26 aug Kie teetsee Deut 21,10—25,19 Oorlogs- en huwelijkswetten
16 Elloel 02 sep Kie Tavo Deut 26—29,8 Eerstelingen; Ebal en Gerizim
23 Elloel 09 sep Nitsav, Wajel. Deut 29—31* Vernieuwing verbond; Jozua
01 Tisjri 16 sep --- Gen 21—22 ea Rosj haSjanah 5784 Nieuwjaar

 

6. Messias-belijdende Joden

Deze aanduiding is verwarrend: bedoeld zijn Joden die Jezus als Messias belijden (Jezus-als Messias-belijdende Joden dus eigenlijk). Want veel (religieuze) Joden geloven op enige manier in de komst van de Messias, die volgens hen nog nooit gekomen is.

In bijbelse tijden spreken we in feite over alle volgelingen van Jezus tijdens zijn aardse optre-den. Ze waren nauwelijks te onderscheiden van de andere Joden en verbraken de gemeen-schap met hen niet. Ze hielden de sjabbat en de feesten, bleven naar de synagoge gaan, aten koosjer, lieten de jongens besnijden (zoals Paulus Timotheus) enz.
Ook niet-Joden sympathiseerden met het Joodse geloof: de proselieten (“erbij-gekomenen”), wel Godvrezenden (Cornelius) genoemd. Handelingen 2:41-47 en 4:32-35 vertellen dat ze opvielen door vast te houden aan het onderwijs van de apostelen (d..w.z. vooral hun getuige-nis over Jezus), liefde-maaltijden en delen van bezittingen.
Er kwam verandering toen grote aantallen niet-Joden (heidenen) in Christus gingen geloven.
Eerst buiten Palestina (Korinthe, Rome) werden heiden-christenen de grootste groep in de gemeente. In Palestina waren de jaren 70 en 135 na Chr van de eerste en tweede Joodse opstand tegen de Romeinen beslissend: Joodse gemeenschappen – onder welke de joods-christelijke - werden vernietigd. (Ze ontkwamen niet grotendeels naar Pella, zoals vaak werd aangenomen.) Heiden-christenen werden toonaangevend in de christeljke kerk, Joodse ele- menten werden minder of verdwenen geheel. Onder keizer Constantijn (325) werd op advies van de bisschoppen besloten dat ‘christelijke dagen’ niet mogen samenvallen met Joodse. De zondag kwam nu i.p.v. de sjabbat, Pasen na de eerste volle maan in de lente. Nog lang hebben kerkvaders gewaarschuwd tegen deelname aan sjabbat en feesten …..

In Nederland waren vanouds Joden via Romeinse legerplaatsen (Tongeren, Maastricht, Nijme-gen). We worden hun aanwezigheid gewaar als in de middeleeuwen steden melding maken van vermoorde Joden op allerlei beschuldigingen. Aantallen Messias-belijdende Joden zijn onbekend, in elk geval zijn er geen aparte gemeenten gevormd.
Sinds ca 1500 worden in Noord-Nederland vervolgde Spaanse en Portugese Joden opgevangen, onder wie ‘Marranen’, Joden die onder dwang katholiek waren geworden en nu deels tot hun oude geloof terugkeerden. Bekende namen van Messias-belijdende Joden zijn: Isaac da Costa, David Capadose, Joseph Zalmen, Johannes Rottenberg, Rebecca de Graaf-van Gelder. In doop-boeken van Den Ham en Ommen komen enkele overgangen van Joden naar het christelijk geloof voor – in Rijssen van 1743 tot 1943 waarschijnlijk niet.
Messias-belijdende Joden werden in de Tweede Wereldoorlog eerst beschermd, samen met b.v. wie met een niet-Jood getrouwd was, maar later samen met de Joden vermoord (rassenwetten).
Na 1945 gaan de Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken in Nederland over van Jodenzending naar (getuigend) gesprek met Israel, later gevolgd door andere kerken.
Een kleine duizend Messias-belijdende Joden ervaren ook in Nederland dat ze voor de Joden te christelijk en voor de christenen te Joods zijn …. Velen zijn lid van een kerk maar ook van de “Nederlandse Vereniging van Jesjoea hammasjiach belijdende Joden, genaamd ‘Hadderech’ [De Weg]” voor onderlinge band en getuigenis m.b.t. Jezus en Israel. Een blijvende vraag voor alle kerken is of er in onze kerk/gemeente plaats is voor Joodse volgelingen van Jezus.

In de Staat Israel zijn Messias-belijdende Joden geen Jood maar (enkel) christen omdat ze zijn overgegaan naar een ander geloof. (NB ook in Nederland was keuze altijd of christelijk:NH, RK, GG enz, of: Nederlands Israelitisch Kerkgenootschap.) In de praktijk blijkt dit bij (geen) recht op adoptie, Wet op de terugkeer naar Israel, huwelijkswetgeving.
Hun aantal in Israel wordt nu geschat op ca 15.000 m.n. door immigratie (VS, Rusland); er vinden geen massale overgangen plaats zoals soms wordt bericht. Ze zijn verdeeld over ca 80 meest kleine gemeenten en worden bestreden door ultra-orthodoxe Joden. Ze zijn volgens G.H. Cohen Stuart meestal christenen van elders die zich hun Joodse wortels bewust werden.
Het rapport Kjaer-Hansen & Skjott (1999) noemt als kenmerken: 1. men viert Joodse feesten als in Jezus vervuld, niet de christelijke; 2. oudere gemeenten zijn meer Joods geworden met overname van synagogale elementen; 3. maandelijkse viering Avondmaal; 4. geen aparte geloofsbelijdenis, meest aansluiting bij klassiek-christelijke (zonder kinderdoop)  5. leiding door oudsten met senior leider, geholpen door diakenen; congregationalistisch model zoals b.v. de Pinkstergemeenten.

 

7. Antisemitisme

Wat is antisemitisme? 
Definitie van de IHRA (International Holocaust Remembrance Alliance), in 2016 goedgekeurd:

“Antisemitisme is een bepaald beeld van Joden dat tot uiting kan komen als gevoel van haat jegens Joden. Mondelinge en fysieke uitingen van antisemitisme zijn gericht tegen Joodse of niet-Joodse personen en/of hun eigendom en tegen instellingen en religieuze voorzieningen van de Joodse gemeenschap.”

Kort gezegd: Uiting van haat tegen Joden omdàt ze Joods zijn. Niet omdat iemand zich door hen benadeeld voelt, ruzie met hen heeft of hun gezicht hem niet aanstaat – maar enkel om het simpele feit van hun zíjn, hun behoren tot het Joodse volk.
N.B. Het woord “anti-semitisme” betekent letterlijk een anti-houding tegen Semieten of Semie-tisch sprekenden - d.w.z. vooral Arabieren – maar in het huidige gebruik is het woord beperkt tot uitsluitend Joden (zeiden ook de nazi’s tegen hun Arabische vrienden).

Wat heeft onze Kerk gezegd over antisemitisme?
Het vermoeden is dat wij in het antisemitisme met een sluimerend en verborgen heidendom te doen hebben. Theologen verklaren het als het innerlijk verzet van de heidense mens tegen de God van Israel en zijn Messias.

  • Wie het volk Israel verwerpt moet eindigen met ten slotte Christus zelf te verwerpen. Omgekeerd zal iemand die de Here Jezus van harte liefheeft, onmogelijk het joodse volk kunnen haten. (Israel en de kerk, 1959, p 31)
  • Dit kwaad is zo demonisch van aard, dat er nooit genoeg tegen gewaarschuwd kan worden. Antisemitisme is zonde tegen God. (Idem, p 32)
  • Het meest beschamend is voor ons, dat de kerk mede een rol gespeeld heeft in dit antisemitisme, al was het alleen maar door nalatigheid in de bestrijding ervan. (Idem, p 32)
  • In het gesprek met Israel heeft de kerk tot taak het inzicht in en de bestrijding van antisemi-tisme te bevorderen. (Kerkorde Prot. Kerk in Nederland, 2004 Ord 1.2.2.)
  • Ook het antisemitisme heeft het joodse volk door de eeuwen heen bijeengehouden. Bij al zijn volstrekte verwerpelijkheid is ook hierin een heenwijzing naar de identiteit van Israel te zien. (Israel, volk, land en staat, 1970, p 24,25)

Wat zijn veel voorkomende antisemitismen in heidense, christelijke en moderne omgeving?

  1. Ze hebben vreemde wetten en gewoonten, die anders zijn dan die van alle andere volken, b.v. weigeren van veel soorten eten, een dag ophouden met werken (Esther, Daniël).
  2. Ze zijn a-theïsten want ze hebben niet eens een fatsoenlijk godenbeeld in hun tempel; tegen beelden die er werden geplaatst zijn ze radikaal opgetreden (Juda Makabi e.a.)
  3. Ze zijn onverdraagzaam omdat ze goden van andere volken niet naast hun God dulden; andere volken nemen andere goden ‘erbij’ als teken van respekt (Grieken, Romeinen e.a.).
  4. Ze hebben Jezus aan het kruis gebracht en zijn voor altijd Gods-moordenaars geworden;n.b. de Romein Pilatus liet Jezus als opstandeling kruisigen i.p.v. de verzetsman Barabbas
  5. Ze vermoorden rondom Pasen christen-kinderen en gebruiken hun bloed voor matzes.
    Absurd! Het eten van bloed is Joden te allen tijde ten strengste verboden
  6. Hun onderwijs over de Bijbel is dwaalleer en gevaarlijk voor christenen (vgl. Wittenberg); vaak werden hun boeken en synagogen verbrand en werden ze gescheiden van christenen.
  7. Ze zijn de oorzaak van allerlei rampen, ziekten, epidemieën, uitbraken van oorlogen; door regeringen vroeger en nu werden ze vaak tot makkelijke zondebok gemaakt.   
  8. Ze streven in het geheim naar wereldheerschappij door beheersen van de pers, media enz.; dit is het motief van de “Protocollen van de Wijzen van Sion”, een antisemitisch geschrift uit de tijd van de Russische tsaren om de Joden de schuld te kunnen geven van wantoestanden.
  9. Ze verrijken zichzelf door woeker en manipulatie ten koste van de arme bevolking; geldhandel was een van de toegestane beroepen voor Joden en er was maar één familie Rothschild.   
  10. Ze vormen een minderwaardig ras dat vernietigd moet worden tot heil van anderen; dit is nazi-ideologie, al vroeg Duitse kinderen op school geleerd. N.b. Joden zijn geen apart ras.

Welke automatismen werken vaak bij antisemitische uitingen?

  1. Aan de hele Joodse gemeenschap wordt toegeschreven wat enkele Joodse personen in de ogen van anderen fout deden.
  2. Veel uitingen van Europees antisemitisme zijn overgedragen naar de Arabische wereld, waar ze in veelvoud worden gedrukt of uitgezonden (zie de werken van Hans Jansen).
  3. Het onderscheid van antisemitisme met anti-judaïsme (tegen Joodse religie), antizionisme (tegen Joodse staat en politiek) wordt in de praktijk vaak niet volgehouden.

 

8. Knelpunten in de Joods-christelijke dialoog

8.1. Is Jezus de Messias?
In de evangeliën lezen we hoeveel moeite de leerlingen van Jezus hebben om Hem als de Mes-sias te erkennen. Wel als Zoon van David, die Israel bevrijding zou brengen maar niet als een profeet die om zijn boodschap wordt vervolgd of als een priester die zichzelf opoffert. Pas na Jezus’ opwekking uit de dood en zijn verschijningen aan hen wordt hen hen helder. In het boek Handelingen maakt Saulus een dergelijke ontwikkeling door: van vervolger tot volgeling.
Is het nu enkel verblinding en onwil aan de kant van de discipelen? Het is heel begrijpelijk als je naar het Eerste Testament kijkt. De Messias (masji’ach, gezalfde) is daar vooral de zoon van David die als koning regeert, recht spreekt, zijn volk beschermt en zo nodig oorlogen voert. In het Tweede Testament zien we dat Jezus meer lijnen uit het Eerste Testament naar zich toe trekt. Hij is een profeet als Mozes, die zijn volk leidt, bevrijdt en onderwijst; vooral Mattheus tekent Hem zo in de Bergrede. En Hij identificeert zich met de knecht des HEREN uit Jesaja, die niet anderen maar zichzelf opoffert tot redding van zijn volk. Later heeft m.n. Calvijn ons geleerd het “drievoudig ambt” van Christus (= Messias) te zien: als hoogste profeet, enige hogepriester en eeuwige koning (Heid. Cat. zondag 12, antwootf 31).
De Joden hebben dit onderwijs van Jezus niet in hun Bijbel (alleen Eerste Testament) staan en zien de Messias vooral als Zoon van David die – al dan niet samen met Elia – het koningschap van God op aarde inluidt. Een rabbijn, tegen wie gezegd was dat de messias gekomen was, keek naar buiten, zag mensen vechten en zei: Onmogelijk, het vrederijk is nog niet gekomen.

8.2. Werd God mens?
Als we deze vraag met ‘ja’ beantwoorden is het gesprek met Israel meteen afgelopen. Een orthodoxe Jood ervaart dit als ‘vermenging’ van God en mens en dat botst aan alle kanten met het Joodse geloof. Op deze manier is het een breekpunt in de dialoog met het Jodendom.
Het staat ook niet zo in het Tweede Testament. Kerkvaders en moderne vertalingen mogen graag spreken en vertalen met ‘menswording’, ‘mens geworden’ – maar zo staat het er niet.
Het Wóórd werd vlees (Joh 1:14) en God zond zijn Zóón (overal in Johannes) – niet Zichzelf.
Ook de christelijke geloofsleer spreekt niet van menswording maar van vleeswording (incar-natie). De Zóón van God werd mens, dat is onze belijdenis.
Niet dat het gesprek met Israel over de Messias dan gemakkelijker wordt. Maar wel zuiverder. En de uitdrukking “zoon van God” is een zuiver bijbelse met onder andere de betekenissen van: Israël (Hosea 11:1), de gezalfde koning uit Davids huis (Psalm 89:27), Adam (Lukas 3:38). In het Tweede Testament Het meest overtuigend is natuurlijk een christelijke manier van leven en geloven die Joden jaloers maakt (Romeinen 11:14) op volgelingen van deze Messias. Hùn Messias dus.        

8.3. Vervangingstheologie
Toen de christelijke kerk hoofdzakelijk ging bestaan uit mensen van niet-Joodse (heidense) Afkomst werd een denkwijze gangbaar die wij nu vervangingstheologie noemen. De kerk zou in de plaats van Israel zijn gekomen als volk van God, de zondag i.p.v. de sjabbat, de doop i.p.v. de besnijdenis, het avondmaal i.p.v. pesach enz. Precieser gezegd: de beloften van heil uit het Eerste Testament zouden voor de kerk gelden, de vervloekingen en aankondigingen van oordeel liet men bij Israel blijven…..
Samen met beschuldigingen van ‘Gods-moord’ en opkomend antisemitisme heeft deze vervan-gingstheologie verwoestende sporen getrokken. In de visie op Israel, in de verhouding tussen Jodendom en christelijke kerk en voor de positie van Joden in de wereld. Door toedoen van de m.n. middeleeuwse kerk werden Joden geïsoleerd in getto’s, verdreven uit ‘christelijke’ landen, geweerd uit vele beroepen en posities, opvoeding en onderwijs in hun geloof onthouden en eeuwenlang vervolgd in pogroms. Ook iemand als Luther – evenals Erasmus trouwens – is aan deze ‘mode van de tijd’ helaas niet ontkomen.
Met vallen en opstaan en niet in het minst door de Sjoah heeft (een deel van) de kerk geleerd dat Israel als volk van God zijn plaats heeft behouden naast de kerk. Dat Israel in de Bijbel echt “Israel” betekent en niet de christenen uit de heidenen. Dat Gods beloften aan Israel niet alle vervuld (welke betekenis men daar ook aan geeft) zijn in Christus maar deels nog wachten op hun verwerkelijking. Dat de kerk geen zending bedrijft onder de Joden alsof ze heidenen zijn maar het gesprek zoekt met Israel en open staat voor wederzijds getuigenis.

8.4. “De Joden komen nooit meer terug in hun land” …..   
verkondigde een voorganger vanaf de kansel net na de oorlog. Als reden noemde hij niet dat dat ‘de’ Joden Jezus als Messias hadden verworpen. Nee, ze hadden Hem zelfs gedood – terwijl een kind weet dat Jezus is “gekruisigd onder Pontius Pilatus”. We weten hoeveel Joden vooral na 1947 naar hun land Israel zijn teruggekeerd. (Er wonen nu meer Joden in Israel dan erbuiten.) Je moet dus wel erg voorzichtig zijn met zulke ‘profetische’ uitspraken want je kunt door de feiten zomaar gelogenstraft worden …..
Het was geen voorganger uit Rijssen, al heeft hij wel diensten in Rijssen geleid. Intussen blijft voor ons de vraag: Hoe kijken wij in het geloof aan tegen de stichting van de staat Israël waar we dit jaar het 75-jarig bestaan van gevierd hebben? Als toevallige ontwikkeling van volken in de geschiedenis of toch als (onverwachte, verrassende) vervulling van Gods aloude beloften?
Rabbijnen spreken over ‘1948’ bescheiden en voorzichtig als “het begin van Israels verlossing”.
(Wie de naam van de voorganger wil weten: zie J. van der Graaf, Deelgenoot van een kantelende tijd, De Banier, Apeldoorn, 2015, p 12).

8.5. De Nakba als Joodse agressie?
“Niet namens ons!” was ook de reaktie in onze gesprekskring toen we gehoord hadden van de manier waarop onze PKN op 15 mei de Palestijnen ter sprake bracht. Men nam de Arabische term “Nakhba” (katastrofe) over voor wat hen na 1948 is overkomen: velen vluchtten of werden verdreven uit het westelijk deel van voormalig mandaatgebied Palestina.
Zo’n woord geeft de indruk dat de Arabieren toen het slachtoffer waren van Israëls strijd om onafhankelijkheid. Maar de Arabieren samen waren toen de aanvallers om de jonge staat en haar bewoners te vernietigen!! Wij schamen ons voor onze Joodse geloofs- en landgenoten dat na de felicitaties met 75 jaar Staat Israel op 26 april de PKN zo’n tegen-geluid liet horen …
[De berichten zijn dat deze kwestie later tussen PKN en vertegenwoordigers van Joodse organisaties is ‘uitgepraat’ maar dat is kennelijk niet breed openbaar gemaakt.]

 

9. Waar lees ik meer over Israel?

 

10. Op te vragen onderwerpen